Column: Voor de klas
Columns 1 mei 2017
De eerste en de vierde hebben we gehad, de derde moet nog. Bij de eerste en de vierde krijg ik het abstracte denken van de onderbouwleerlingen nét over de streep, bij de derde wordt het te veel, zo schat ik in. “Hoe lang gaat dit nog duren?” vraagt een jongen uit twee havo.
Het gaat hier natuurlijk over de naamvallen, die trouwe paarden die al sinds de grammaticalisatie van het Indo-Europees met hun hoeven staan te schrapen in hun stallen. Gebruik ons, briesen ze, zie ons, liefkoos ons. En ja, na vijf jaar studeren zie ik er heus de charme wel van in. En toen ik voor het eerst in het Duits een grap maakte - ik studeerde in Berlijn en had net wat voorzichtige vrienden gemaakt - waarin ik zowel de naamvallen goed gebruikte als van mijn Duitse gezelschap een gulle lach ontving, was ik heus heel opgetogen en blij. Net als toen ik kon concluderen dat de combinatie ‘mit die’ voor mij giftig was gaan klinken, of ‘gegen dem’.
Maar kinderen uit twee havo hebben geen vijf jaar gestudeerd, laat staan Duits. Zij horen geen paarden briesen en vinden eigenlijk alles giftig klinken. Dus neemt de lesmethode ons bij de hand en helpt ons door de stugge stof, leer ik de tweedeklasser van nu met behulp van vrolijk gekleurde Lernecken dat het ‘wir sind in der Stadt’ en ‘wir gehen in die Stadt’ moet zijn. En de tweedeklasser? Die zucht weerloos, stampt de rijtjes en vindt Duits vanaf nu het meest rottige vak van het rooster.
Het is ergens ook belachelijk. Je bent veertien jaar en maakt kennis met een vreemde taal. Het doel zou dan toch moeten zijn dat je daar enthousiast en nieuwsgierig van wordt, dat je denkt: hee, die vreemde taal, dat vreemde land, hoe zit het daar? Natuurlijk hoort grammatica bij dat kennismaken. En woordjes, en zinnetjes. Maar ik moet die veertienjarigen nu genadeloos afrekenen op dat ze ‘in der Ferien’ schrijven, waardoor het hen vaak compleet ontgaat dat het leuk zou zijn om 'in der Ferien' eens naar Duitsland te gaan.
“Dit gaat nog duren totdat je over een paar jaar in de gymzaal je eindexamen maakt”, zeg ik tegen de jongen. “Tenminste, als je Duits als keuzevak kiest.” Ik zie hem in stilte zijn conclusies trekken.
Een meisje uit mijn enige gymnasiumklas vindt het leuk. Die zegt: “Maar juf, hier staat DEM! Is dat dan misschien de datief? Ja, dat moet wel, want kijk…” Ze begint het me uit te leggen. Zij schrikt niet terug van briesende paarden, wordt wel benieuwd van regeltjes en rijtjes, vindt het interessant om zo een vreemde taal te beteugelen (en haalt dan ook met gemak een 10 voor een invuloefening). Het is heel verleidelijk om dit meisje leuk en ijverig te vinden, en die jongen irritant en zeurderig.
Maar laten we vooral niet vergeten dat een vreemde taal voor de meeste kinderen gewoon een hoog hek is, en voor heel veel tweedeklassers de naamvallen (om er nog maar eens een beeld voor te gebruiken) die speerachtige punten daar bovenop – zodat ze het wel uit hun hoofd laten eroverheen te klimmen.
Lees meer:
Schoolvak Duits: Breng vernieuwing de klas in
Vakvernieuwing is belangrijk voor het vak Duits. Achter de schermen doen experts daar veel aan, ziet germanist Trixie Hölsgens.
Mythes en misverstanden over talenstudies
Moet je per se leraar worden na een talenstudie? Germanist Trixie Hölsgens beantwoordt deze en andere vragen over talenstudies.
'De Duitse taal is mijn gereedschap'
Omdat het 10 oktober de Dag van de Duitse Taal is, spraken we vertalers Lotte Hammond en Ralph Aarnout over hun vak.
Een problematische beer
De Duitse minister Paus wordt voor 'Problembär' uitgemaakt, las columniste Inge Jooris in de Duitse media. Zijn haar dagen als minister geteld?
Duitslandweb
Reacties
orudurozefeg -
uvemafh -
Milou Hupscher -
Harry Vreeswijk -
Stephan Schleim -
Toen ik 14 was werd ik "gedwongen" om Frans als derde taal te leren. Ik wilde er niets van weten. Het is een moeilijke taal en op die leeftijd vond ik gewoon andere dingen leuker.
Na 7-8 jaar in Nederland te wonen kan ik zeggen: sommige dingen leer je alleen als je in het land woont; en zelfs na al die jaren moet ik nog dagelijks de Van Dale raadplegen (preposities; de/het; spelling).
Prikkel vooral hun nieuwsgierigheid!
J.P. Uittenbroek -
Ik reageer niet vaak, maar ... als iemand "zeit" in een rijtje heeft wel!
Peter -
Henk Smout -
Mijn grootvader had in Duitsland gewerkt en kende een heel ander woord: Urlaub.
Wiebke Pittlik Henk Smout
Vriendelijke groet,
de redactie
Marleen -
Stephan Schleim Marleen
Je kunt zeggen: "In *den* Ferien habe ich Zeit." (Antwoord op de vraag: Wann? Wanneer?)
Maar anders kan het ook: "Ich gehe in *die* Ferien." (Antwoord op de vraag: Wohin? Waar naartoe?)
Kijken we naar de verbuiging:
nominatief: die Ferien
genitief: der Ferien
datief: den Ferien
accusatief: die Ferien
dan zien we dat het een datief of accusatief is.
Maar waarom? Omdat het zo is. (prepositie "in" = met datief of accusatief)
Wiebke Pittlik Marleen
Kevin -
10 jaar later woon ik samen met een Duitse in Nederland... maar de Duitsers die ik heb leren kennen in Duitsland waarderen wel dat je probeert hun taal te spreken!
Chris Linek -
linda -